ixísti p. 63. nson. Toward a Histor1 versiry Press, 1999, pp. of Colonial Discourse| l Patricia Waugh, Lon_ ', ín Koloniale inspiratie, lo4, pp, 78-86 (P. zs "n 9. :ton,2oo2. lxist]p. 64. tilt, zooz, pp. z87-z88, xk. Ov erb eerlijke r ecep nzelo os genieten, Tetra/ , en cb Coloni al C o oking, ,ctior, Oxfordl Oxford British Fiction and tbe ty Press, zoo5; Judith ranford: Stanford UniFeminism and the Sub- d,|aařcžíu GlossARluM Vooraf Achter elk begrip wordt het nummer tussen haakjes gezet van het hoofdstuk waarin het begrip wordt ingeleid. Waar relevanť is na de definitie van het kernbegrip de school genoemd waar het begrip mee is geassocieerd. Die school is steeds met het ťeken * aarlgegevefuMeer informatie over de scholen staat in de desbetreffende bijlage. Na de (eventuele) verwijzing naar de school volgen de verwíjzingen naar verwante kernbe, grippen. Woorden in vet behoren ook tot de lijst kernbegrippen. aangesprokenlezer fS] delezer tot wie de spreker ofwoordvoerder in een tekst zich expliciet richt. Onderscheiden worde.,, - aange§proken fictieve lezer; een veťžonneninstantie die vaak onderdeel is van de verhaalwereld; * aangespťoken historische lezerl een werkelijk bestaand persoon die met naam en toenaam is genoemd; - aangespťoken reěle lezerl iedere willekeurige lezer var, een teksť die direct wordt aangesproken. } receptie-esthetica*; expliciete lezer ; impliciete tezet 1 t e cepti e acconsonantie [4] medeklinkerrijm aan het begin of het einde van een woord. } alliteratie; assonantie; ťijm actantieel model [5] [Algirdas Greimas] model dat laat zíen dat elk verhaal eenzelfde onderliggende plotstructuur heeft die bestaat uit zes rollen (bctanteď) die telkens door andere instanties kunnen worden vervuld: het subject, het object, de tegenstander, de helper, de macht en de begunstigde. } narratologie*; structuralisme* 3g6 l Her LEvEN vAN TEKsTEN l akoestischepoézie |a) een compositie die gericht is op geluid om het geluid zelf'en de fonetische aspecten van het menselijk spraakvermogen op de voorgrond stelt: gedicht zonder woorden'. Per definitie is akoestische poézie gedcht op de uitvoering, } concrete p oézie; fotegroundingi intermedialiteit"; intermedium; poětische functie; vervreemding alliteratie [4] medeklinkerrijm dat meestal aan het begin van woorden voorkomt. } acconsonantie; assonantie; rijm anachronie [5] een afwijking tussen de verteltijd (i.e. volgorde, duur en frequentie van de vertelling) en de vertelde t!'d (de volgorde, duur en frequentie van de handeling binnen de verhaalwereld)l - in media res [La{jnl in het midden van de zaak]l een vertelpro cédéwaarbtj de vertelling ergens halverwege de reeks gebeurtenissen waaruit het verhaal bestaat, begint en pas later aalgeeftwat hieraan is voorafgegaan; - flasbback [Gérard Genettel analepsis] een spťong naar het verleden in de loop van de vertelling; - iteratieve verteltrant techniek waarbij gebeurtenissen ofhandelingen die in de verhaalwereld herhaaldelijk voorkomen slechts eenmaal worden verteld: - vertraging aízonderlijke momenten van korte(re) duur in de verhaalwereld zljn minutieus weergegeven. } narratologie* Ander, de [u] eenieder die binnen een dominant discours als vreemd en tegengesteld ten opzichte van het ze|f of'eigenď wotdt rleeťgezet. Het zelf funcťioneert hierbij als de norm, de ander als de afwijkingl de eerste is het positief| de laatste het 'negatj,ef', } postkoloniale literatuurkritiek*; postkolonialisme; binaire oppositie; culturele identiteit atefact fz] [Latijn: artefactum = kunstig gemaakt] de literaire tekst als vervaardigd object. artistieke cultuur [ro] [Theodor Adorno] kunstwerken die de sociale status-quo representeren, maať zicb er tegelijkertijd tegen verzetten door middel van een vervreemdende vorm. } kritische theorie; massacultuur; populaire cultuur assonantie [4] klinkerrijm. bedoelingwaarmee een auteur al dan niet bewust een literair werk heeft geconcipieerd en vormgegev en: zíjn gedachtehorizon. } hermeneutiek - flasbforward |GérardGenette:pro- } acconsonantie;alliteratie;rijm lepsisf een sprong naar de toekomst in de loop van de vertelling; auteursintentie [6] teksten, Onderschei, (recht op reproductie kopij) en het morele r erkendteworden als autonomie van een tel notie dat teksten op zij los van hun cultu text, andere teksten en een auteuťsinter bestudeerd. } Ner.r,Cňticism* begrijpen [r] fDuits: Versteben = Dilthey] het begrij hun innerlijke en o hang. Door Dilthe voor de methode v schappen. VergelijJ } hermeneutiek betekenaar [3] [Ferdinand de Saur ander middel/med drager functioneert } semiotiek*; telt betekende [3] [Ferdinand de Sau betekenis] de ment het product is van . betekenaar. Vergeli } semiotiek*; tel betekenis als dialoog overtuiging binner hermeneutiek [F dat de betekenis vz ken niet vaststaat, de dialoog tussen t } interpretatiek - singuliere verteltrant techniek waarbij alle handelingen in de verhaalwereld voor auteursfechten [r] zover mogelijk apart worden verteld; /inter)nationalewetgevingmetbetrekking - veťsnellinglange tijdsperiodes in de l-.,. Jerechtenvanauteur§enhunuitgevers verhaalwereld zíjnheel kort behandeld; wat bereft de reproductie en exploitatie van 397 :rlijke momenten de verhaalwereld geven. :n dominant n tegengesteld ten ,f'eigenď wordt -rctioneert hierbij als de afwijking: fl de laatste het :atuurkritiek*; raire oppositie; wetenschapsÉlosofre; begrijpen gete [zf fLatijn: genus = soort, geslacht] tekstsoort gekenmerkt door een herkenbare combinatie van themďs en vormkenmerken. Gesamtkunst f4f [fuchard Wagner] naam voor theaffale kunst die verschillende media zoals architectuur, schilderkunst , mttzíek, poézleen mime in zíchverenigt. Moderne vormen van Gesamtkunst zíjn film en de musical. } intermedialiteit'*"; multimedialiteiq transmedialiteit i +ol Romantiek). de identiteit. ;ening van alles , ongewoon of [z] natig een situhet toetsen van r mogel!'k maakt. rwetenschap* om binnen te kunnen vanáoen-alsof' eliefl die lezers of lline die tot bloei ,n die lange t!'d eratuurstudie; ,an de authenticirische teksten. ditieweten- manuscripq Bal, e.a.] de :nissen in de punt ofcenwaaruit zíjzijn unnen verschui- ;ebeurtenisin het verhaal cr de ogen en/of 4o4 l HET LEVEN VAN TEKSTEN habitus [ro] [Latijn; h abitu s = verschrjningsvorm, gewoonte] [Pierre Bourdieu] geheel van conventies, overtuigingen en gewoontes die het individuele denken en handelen bepalen; letterlijk een systeem van houdingen die eens zijn aangeIeerd, maar daarna hatuu r|íjE zijn gaan aanvoelen, } literatuursociologie*; discours; ideo, logie; horizon hegemonie [ro] [Antonio Gramsci] proces waarbij een dominante groep steeds weer de bereidwillige instemming verkrijgt van ondergeschikte groepen in een sociaal-politiek en sociaal-cultureel systeem. Vergelijk: ideologie en imperialisme, } kritische theorie; marxistische cul- tuurtheorie hermeneutiek [8] [Grieks: herměneuein = uitleggen, vertolken] systematische reflecde op alle met de tekstinterpretatie samenhangende problemen. Ook wel bekend als de negentiende-eeuwse, methodologische basis van de geesteswetenschappen in het algemeen. Kent diverse varianten, waaronder de traditionele of'wetenschappelijkď hermeneutiek die vasthoudt aan de mogelijkheid van de reconstructie van een betekeniskern en een kritische of 'dialogischď hermeneutiek die betekenis steeds weer opnieuw ziet ontstaan in de interactie tussen (historische) tekst en interpreet. } auteursin telatiej begrijpen; betekeniskern; betekenis als dialoog; duiding; eenheid v al zin1 gedachtehorizon; hermeneutische cirkel; horizon; horizonversmeltingi inteťPretatiei interPfe, tatiekader hermeneutische cirkel [8] cirkel van het begrijpen: het geleidelijk tot stand komen van tekstbegrip via een circulair interpretatieproces: van het interpreteren van een klein deel van de tekst gaat men naar het geheel kijken en het geheel wijst op zijn beurt weer naar de betekenis van de delen. Aldus wordt een eenheid van zin tot stand gebracht in de interpretatie van een tekst. } hermeneutiek heteroglossia [5] fGrieks: heteros = anders; glossa = taal] [Mikhail Bakhtin] hetvoorkomen van verschillende discoursen of'taleď in een verhaal; kenmerkend voor romans. historiciteit Ir] verwijst naar het idee dat (de betekenis van) objecten van wetenschappelijk onderzoek, alsmede het olderzoek zelf , historisch bepaald en veranderlijk zijn. } historisme historisme [e] wetenschapsfilosofi sch standpunt dat de cultuur en samenlevíng vanuit een historisch perspectief benaderd moet wor, den; de verklaring voo t wat er is (in ons geval de literaire praktijk) moet gezocht worden in historische ontwikkelingen en veranderlijkheid. } essendalisme;historiciteit horizon [8] [Hans-Georg Gadamer] letterlijk de sociaal-culturele en historisch bepaalde 'einder'; het kader waar de lezer niet overheen kan kijken omdat daarin al het waarnemen en verstaan is vervat. } cultuur; discours; hegemonie; ideo- logie horižonversme] IHans-Geori de'einder'of samenvalt m, dachtewissel om tot een gl } receptie- 'dialogischd hybriditeit [u [Latíjrl,:bybr van een tam] Iherijkt doo van een Pro( het kolonise subjectbnw proces sche1 bestaande c digheid van identiteit all } postkol, intercultur hypertext |3l Een nieuw talisering n gebruik kar links, die z< formatie-et en die op h gelijkheder zelfhoeva, voLgotáe z< } medias remediatir identificatie proces waá schappelijl in een teks een gevoel ontstaat. ( - similar horižonversmelting [S] [Hans-Georg Gadamer] moment waarop de'einder' of h otizonvan de interpreet samenvalt met die van de tekst: eer. gedachtewisseling en integratie van de twee om tot een goed veťstaan te komen, } receptie-esthetica*; hermeneutiek: 'dialogischď hermeneutiek hybriditeit [Ir] fLatijru hybrida = bastaard; nakomeling van een tamme zeugeíL een wild zwijn] [herijkt door Homi Bhabha] uitkomst van een proces waarbij aspecten van het koloniserende en gekoloniseerde subjectbnwettíg zíjnvermengd. Dit proces schept een áerdď identiteit tussen bestaande culturen en ondergraaft de geídigheid van een essentialistisch idee van identiteit als een vaststaand gegeven. } postkoloniale literatuurkritiek*; intercultureel verkeer hypertext [3) Een nieuw soort tekst die dankzij digitalisering mogel!'k is en waarbij delezer gebruik kan maken van elektronische links, die zowelverbale als niet-verbale informatie-eenheden aan elkaar verbinden en die op hun beurt verdere doorklikmogelijkheden bieden, Delezers bepalen dus zelf hoe vaak ze doorklikken en in welke volgorde zedatdoen, } mediastudies*; intertekstualiteiq remediatie; tekst iderrtifrcatie |7f proces waarbij eenlezer iets gemeenschappelijks met een personage of situatie in een tekst voelt en zich zo inleeft dat een gevoel van versmelting in de beleving ontstaat, onderscheid en ziltt:. - similariteitsidentificatie: herkenning GLossARlUM I l van eigen situatie of eigenschappen; - wensidentificatie: herkenning van wat áelezer gíaagzouwillen zijn of beleven, } empirische literatuurwetenschap*; empathie identiteitsth"^^ [z] term ter aanduiding van het fenomeen dat de identiteit van een auteur een terugkerend thema vormt in zijn werk. De elementen uit zíjn leven kunnen steeds iets varíéren, maar het thema blijft hetzeIfde, } auteursintentie ideologie [u] [Louis Althusser] het raster van ideeěn, overtuigingen, normen en waarden waar doorheen wij de wereld ervaren (vaak zonder dat we het weten). } cultuur; discours; habitus; horizon imagined communities fgf [Engels = ingebeelde gemeenschappen] [Benedict Anderson] virtuele gemeenschappen die tot stand zijn gekomen via de moderne media (kranten, literatuur, film, televisie), en die wij nooit daadwerkelijk zullen kunnen waarnemen. Wij kunnen bijvoorbeeld niet alle Nederlanders of Europeanen persoonlijk ontmoeten ofleren kennen en toch spreken we van'Nederland' en' Europa'. } culturele herinneringi culturele identiteiti fo un dat i o n al t ext s imperialisme [rr] [Latijnl imperium = wereldrijk] het toe-eigenen van een ander,ver territorium en het onderwerpen van dit territorium aan de eígen,politieke en economische hegemonie. Letterlijk: het proces waarmee een wereldrijk wordt gevestigd en bestendigd. (In marxistische 405 Is] en: het geleidelijk rekstbegrip via een procesi van het klein deel van de et geheel kijken en n beurt weer naar de r. Aldus wordt een :and gebracht in de tekst. lers; glossa = n] het voorkomen )ursen oftaleď in nd voor romans. iat (de beteke- letenschappelijk ,t onderzoekzelf, ,eranderlijk ziln. standpunt dat de ; vanuit een histoerd moet worwat er is (in ons ik) moet gezocht ,ntwikkelingen en lriciteit J lemerlijk de ,orisch bepaalde delezer níet ,dat daarin al het is vervat. egemonie; ideo- 4o6 | Hrr LEvEN vAN TEKSTEN l zinl hoogstg monopolistische stadium van het kapitalisme.) } kolonialisme, postkolonialisme impliciete lezet [S) lezersrol zoals verondersteld door een tekst, waarbij'de lezer' geenconcreet peťsoon is, maar her geheel van culturele normen, waarden, achtergronden en attitudes dat nodig is om de verhaďwereld te kunnen begr!'pen. } receptie-esthetica*; expliciete lezery feceptie intentionalJallacy [S] [Engels ='valkuil van de auteursintentiď] [WK. Wimsatt, Monroe C. Beardsley] de vergissing om de betekenis van eenliterair werk gelijk te stellen aan de (gereconstrueerde) bedoelingen waaímee een auteur al dan niet bewust een literair werk heeft geconcipieerd en voťmgegeven. } New Criticism*; auteursintentie; hermeneutiek interactiviteit [o] dialoog tussen lezer en (digitale) tekst, waarbij de lezet actief deelneemt aan de totstandkoming, indeling en/ of vormgeving van de tekst en zijn betekenis. Y hypertext intercultureel verkeer [9] [Latijn: inter = tussen] verzamelterm voor de vele manieren waarop culturele groepen ideeén, gewoontes, normen en waarden uitwisselen. } hybriditeiq kolonialisme; mimicry interdisciplinariteit Ir] een kruisbestuiving tussen disciplines onderling waardoor nieuwe concepten en theorieén worden ontwikkeld en nieuwe scudieobjecten onťdekt die tussen bestaande disciplines invallen. } wetenschapsfilosofre intermedialiteit' [a] het netwerk van relaties en wisselwerkingen tussen media. } mediastu dies*; Gesamtkunsti intermedialiteiť; medium; multimedialiteiq remediatie; transmedialiteit intermedialiteiť [a] [Dick Higgins, Henk Oosterling] ruimťe of beweging ťussen twee of meer media die nog nier bepaald, nog niet duidelijk vastgesteld kan worden. } mediastu dies*; Gesamtkunsti inteťmedialiteiť; medium; multimedialiteiq remediatie; transmedialiteit intermedium [4.] [Dick Higgins] medium, object, vertoning ofgebeurtenis die tussen bestaande media invalt. } mediastu dies*; Gesamtkunst; intermedialiteit'*"1 medium; multimedialiteiq remediatie; transmedialiteit interne dynamiek van de literatuur [9] theorie van de literaire evolutie die stelt dat de literatuur voortdurend verandert, terwijl de oorzaak van deze verandering niet in de samenleving te vinden is, maar in de interne dynamiek van de literatuur zelf. Deze dynamiek volgr een vast paťroon van vernieuwing, automatisering en deautomatiseríng of vernieuwing. } formalism e*.; litetak systeem interpretatie [8] systematische methode van tekstverkla. ring binnen de he is op coherentie t Vergelijk: decons } interpretatiel interpretatiekader IHans-Georg Ga tiebepaling van dt val eefl tekst, haa tie en de vragen d aan de tekst stelt. } betekenis als horizon1 horizon intertekstualiteit [1 de complexe wijzt verband staat met betekenis aandez tekst is een knoo1 van andere tekste. } intermefialit, inversie [4] afivijking van de r door deze volgorc } chiasme; para functie; veťvfeeíI ironie [4] fGrieksl eironeia. tendheid; eiron = stelt en daarmee c troop die voedt o1 verschil tussen w2 werkelijk het geva zegt eflwat h!'We scheiden zijn: - dramatische ir het publiek meel over het verloop v personages; - fomantische it bewustzijn van de