Link: Preview Week 3 Indonesië Indonesië is een republiek, bestaande uit een groot eilandengebied in Zuidoost-Azië. Het ligt tussen het Zuidoost-Aziatische vasteland en Australië, en tussen de Indische en Grote of Stille Oceaan. In het noorden grenst het ook aan de Zuid-Chinese Zee. Indonesië grenst aan Maleisië op het eiland Borneo, aan Papoea-Nieuw-Guinea op het eiland Nieuw-Guinea, en aan Oost-Timor op het eiland Timor. In het zuiden grenst het aan Australië. Belangrijke eilanden van Indonesië zijn Java, Sumatra, Borneo, Atjeh, de Molukken en Papoea. Als de Europeanen, vooral Portugezen, in het begin van de 16e eeuw naar Indonesië komen, vinden ze daar een veelvoud aan kleine staten, die voortdurend met elkaar in oorlog zijn. Mede daardoor zijn ze kwetsbaar voor aanval van de Europeanen, die vechten om het monopolie op de handel in specerijen. De Nederlanders winnen van allemaal. Nadat de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de Portugezen heeft verdreven wil zij ook een monopolie. Het cultuurstelsel wordt ingevoerd. Dit houdt in dat de bevolking een vijfde van zijn land moet verbouwen voor producten van de VOC, bijvoorbeeld koffie, suiker, tabak of thee. Dit stelsel zorgt voor veel armoede, te meer omdat de bevolking ook zonder het cultuurstelsel al weinig te eten had. Als de VOC in 1798 bankroet raakt neemt de Nederlandse overheid de schulden en de eigendommen in Indonesië over. In de periode tot 1900 brengen Nederlandse kolonisten heel Indonesië onder één regering onder de naam Nederlands-Indië. Vroege nationalistische groepen In 1908 wordt de eerste nationalistische beweging gevormd. De Nederlanders reageren hier na de Eerste Wereldoorlog op met repressieve maatregelen. De nationalistische leiders komen uit een kleine groep jonge professionals en studenten, waarvan sommigen hun opleiding in Nederland hebben genoten. Velen, inclusief Indonesië's eerste president, Sukarno (1901-1970), worden gevangen gezet vanwege hun politieke activiteiten. Japanse bezetting In 1942 valt Japan Nederlands-Indië binnen. Op 8 maart geven de Nederlandse strijdkrachten zich op over. De Nederlanders die nog in het land verblijven, worden geinterneerd in 'Jappenkampen'. Gedurende de bezetting ontwikkelt de nationalistische beweging zich verder. Onafhankelijkheid Na het einde van de Japanse bezetting in 1945, wordt onder leiding van Soekarno de Republiek Indonesië onafhankelijk verklaard op 17 augustus. De korte periode tussen het vertrek van de Japanse bezetters en het herstel van het gezag door het Nederlandse leger luidt het begin van de onafhankelijkheidsstrijd in. Na een jarenlange bloedige guerrillastrijd met hierbij twee grote Nederlandse militaire operaties, vaak eufemistisch politionele acties genoemd, erkent Nederland onder druk van de VS de Indonesische onafhankelijkheid uiteindelijk op 27 december 1949. Naar schatting hebben 150.000 Indiërs en 6000 Nederlanders intussen het leven verloren. Een geplande unie tussen De Verenigde Staten van Indonesië en Nederland: de Nederlands-Indonesische Unie, komt niet van de grond. Ahmed Soekarno wordt de eerste president van het land. In 1958 breekt Soekarno de Unie met Nederland. Nederlandse bedrijven worden onder beheer gesteld, en in enkele maanden repatriëren 35.000 Nederlanders. Staatsgreep Aan het autocratische regime van Soekarno komt in 1965 een einde door een buitengewoon bloedige staatsgreep. De macht komt in handen van legerleider Soeharto, die in 1968 ook officieel president wordt. Soeharto voert een hard, autoritair beleid, dat echter wel tot stabilisatie en herstel van de onder Soekarno verloederde economie leidt. Helaas neemt de - reeds bestaande - corruptie sterk toe, waarbij ook Soeharto, diens vrouw en enkele van hun kinderen zich schandalig verrijken. De ontevredenheid over de corruptie, die al snel ook een hindernis gaat vormen voor verdere economische groei, leidt samen met de economische crisis tot grote demonstraties in 1998, waardoor Soeharto gedwongen wordt af te treden. Een van de presidenten van Indonesië na 1998 was de dochter van Soekarno. Het land tobt ook met interne (vaak religieus getinte) problemen, waarbij verschillende regio's voor onafhankelijkheid en autonomie vechten (Aceh, Papua en de Molukken). In 2005 werd alsnog door de Nederlandse regering de datum 17 augustus 1945 erkend als de officiële begindatum van de onafhankelijkheid van Indonesië. Dit heeft geen juridische betekenis omdat het recht niet met terugwerkende kracht werkt. Indonesië in de literatuur De schrijver Multatuli heeft in de negentiende eeuw het lot van de Javaan centraal gesteld in zijn oeuvre. Het bekendste voorbeeld daarvan is zijn boek Max Havelaar, waarin de hoofdpersoon de baas van Lebak verwijt misbruik te maken van de diensten van de inwoners van dit deel van Java. Het boek is grotendeels autobiografisch, Multatuli zelf is ontslagen in Lebak omdat hij zich bij zijn aanklacht niet aan de procedures zou hebben gehouden. Andere schrijvers die in Nederlands Indië hebben gewoond, en daarover hebben geschreven, zijn Eduard du Perron, Helga Ruebsamen en Adriaan van Dis. Suid-Afrika De geschreven geschiedenis van Zuid-Afrika begon op 6 april 1652, toen Jan van Riebeeck namens de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie een bevoorradingsstation stichtte op Kaap de Goede Hoop. Deze VOC vestiging stond onder bestuur van de VOC en niet onder bestuur van de Nederlandse staat. Het was dus géén Nederlandse kolonie. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw bleef de zich langzaam uitbreidende nederzetting in handen van de Nederlandse VOC. De Kaapkolonie werd bevolkt door Europese Calvinisten, voornamelijk afkomstig uit Nederland, maar ook uit Duitsland, Frankrijk (hugenoten), Schotland en andere landen. Britse machtsovername Nederland werd in 1805 bankroet verklaard. De Britten kwamen naar zuidelijk Afrika in 1806 en annexeerden het gebied. Toen de Britten in 1835 de slavernij afschaften ontstond onenigheid over compensatie, en veel van de Nederlandse boeren, bekend onder de naam Voortrekkers, trokken het binnenland in om hun eigen republieken te stichten, Transvaal of de Zuid-Afrikaanse Republiek en Oranje Vrijstaat. Deze verhuizing wordt de Grote Trek genoemd. De Boerenopstand die zich honderd jaar later in Suid Afrika afspeelde werd door de gedeelde geschiedenis op de voet gevolgd door de Nederlanders. De laatsten boden onderdak voor gevluchte Suid-Afrikanen. Taal Suid-Afrikaans lijkt veel op Nederlands. Maar veel woorden zijn net even anders. In het Nederland nemen wij Engelse en Franse woorden gewoon over. Het Afrikaans is erg terughoudend in het gebruik van leenwoorden. Woorden als onderstaande leiden in Nederland vaak tot grote hilariteit. Vaak zijn de voorbeelden dubieus, omdat de woorden niet of nauwelijks gebruikt worden in het Afrikaans. In het Afrikaans worden heel wat scheepstermen gebruikt, dit is een erfenis uit de VOC-tijd. Een paar Afrikaanse woorden: · Computer = rekenaar · Lift = hysbak · Metro = moltrein · Milkshake = melkschommel · Stoplicht = robot · Snack = peuselhappie · Stripverhaal = strokiesverhaal Suriname De Engelsen hielden het gebied dat nu Suriname heet onder beheer tot 27 februari 1667, toen de Zeeuw Abraham Crijnssen het veroverde op de Engelsen tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Deze oorlog was ontstaan nadat Frankrijk en Engeland weer een verbond hadden gesloten. De dreigende situatie met Frankrijk werd langs diplomatieke weg bedwongen door Willem II, de crisis met Engeland kwam tot een einde toen Willem III de Engelse koning Jacobus van de troon stootte. Crijnssen hernoemde het fort tot fort Zeelandia. Door de Vrede van Breda, die werd getekend op 31 juli 1667, mocht de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het feitelijk in bezit houden (in ruil voor Nieuw-Nederland dat de Engelsen hadden veroverd in 1664). Nederlandse bezittingen in en rond Suriname werden bekend als Nederlands Guiana. Dat de Engelsen in Suriname hebben gezeten, is ook de reden dat er in Suriname links wordt gereden. Plantagelandbouw en de bosnegers Rond 1800 waren er in Suriname ongeveer 700 plantages. Doordat men massaproductie wilde leveren voor de Europese markt, moest men vanwege het gebrek aan mechanische landbouw zorgen voor goedkope arbeid. Omdat een negerslaaf in zijn leven net zo veel kostte als een blanke contractarbeider in 10 jaar, werden massaal slaven ingevoerd uit Afrika. In de drie koloniën verdubbelde het aantal slaven in tien jaar tijd en nam de productie van katoen, koffie en suiker sterk toe. De bezetting van Suriname zorgde echter voor een achteruitgang van de economie. De behandeling van deze slaven was zeer slecht. Vele negroide slaven probeerden te ontsnappen naar het oerwoud en vestigden zich daar in gemeenschappen die eerst bekend werden als bosnegers. Zij kwamen regelmatig terug naar de plantages om ze aan te vallen en meer slaven te bevrijden. De bosnegers vormden een bufferzone tussen de Hollanders die zich aan de kust en aan de rivieroevers vestigden en de nog niet onderworpen indiaanse stammen in het binnenland. 19e eeuw: slaven en vrijen In de 19e eeuw ging de plantagelandbouw door. De Engelsen schaften de slavernij af in 1834 (en in Suriname al tijdens hun bezetting), maar de Nederlanders pas als laatsten van Europa in 1863. Suriname stond wereldwijd bekend als een oord waar het meest wreed omgegaan werd met slaven. In totaal werden ongeveer 550.000 slaven vanuit Afrika naar Suriname gebracht. Bij de afschaffing was er echter nog maar een populatie van 22.000 slaven, waarvan 30% in Suriname was geboren. Dit kwam door het feit dat er voornamelijk mannen als slaven waren aangetrokken, dat er veel ziekten heersten en dat de behandeling van slaven slecht was (door handelaren en meesters). Zowel slaven als gekleurden werden als minderwaardige 'wezens' beschouwd, die omdat ze "ongelovige honden" waren moesten worden behandeld als honden, omdat ze anders te mondig zouden worden. Zelfs na de afschaffing waren de zwarten niet vrij: tot 1873 moesten ze verplicht werken tegen betaling op de plantages omdat deze anders zou instorten. In deze overgangsperiode werden vooral Chinese contractarbeiders geronseld. Na 1873 werden grote aantallen contractarbeiders geworven in Brits India (Hindoestanen). In de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog werden vooral op Java arbeiders geworven (Javanen). 20e eeuw In 1954 verkreeg Suriname een semi-autonome status binnen Koninkrijksverband. Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk. Gouverneur Ferrier, premier Den Uyl en Koningin Juliana ondertekenden het verdrag. Sindsdien is de officiële benaming Republiek Suriname. Van 1980 tot 1989 was Suriname een dictatuur onder legerleider Desi Bouterse. Sindsdien is Suriname gaandeweg gestabiliseerd, al blijven de banden met Nederland enigszins stroef. De officiële taal is het Nederlands, dat zeker in het kustgebied door bijna iedereen beheerst wordt en in Paramaribo en omgeving de belangrijkste huistaal geworden is. Sinds 2005 is Suriname daarom lid van de Nederlandse Taalunie. Meer dan 500 woorden uit het Surinaams-Nederlands zijn in de nieuwste versie van het Groene Boekje opgenomen. Volgens een taalonderzoek, dat ter gelegenheid van de toetreding in opdracht van de Taalunie werd uitgevoerd, is het Nederlands voor 60% van de Surinamers de moedertaal. Daarnaast verstaan en spreken de Surinamers een straattaal, het Sranan Tongo. Deze taal wordt echter niet als schrijftaal gebruikt. Het Nederlands wordt gebruikt door de overheid, in het onderwijs, in de handel en in de media. Surinamers in Nederland In Nederland leven circa 350.000 Surinamers, waarvan velen rond de onafhankelijkheid, na de militaire coup van 1980 of na de Decembermoorden van 1982 uit Suriname vertrokken. De meeste van hen zijn met redelijk succes in de Nederlandse samenleving geintegreerd. Voor de Surinaamse samenleving betekende deze uittocht evenwel een gevoelige aderlating: onder de emigranten was veel geschoold kader en slechts een handjevol daarvan kwam later terug. Dit had een enorme remmende werking op velerlei gebied (braindrain). De integratie van de Surinamers is in het hedendaagse Nederland te zien aan de aanwezigheid van Surinamers onder politici (lokaal maar ook landelijk), nieuwslezers, artiesten en kunstenaars. De Nederlandse Antillen en Aruba De Nederlandse Antillen waren een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit vijf eilanden in de Caraibische Zee. De totale landoppervlakte is ongeveer 800 km^2, terwijl het aantal inwoners ongeveer 180.870 bedraagt. De hoofdstad en tevens verreweg de grootste stad van de Nederlandse Antillen is Willemstad op het eiland Curaçao. De Nederlandse Antillen omvatten vijf eilandgebieden: · Bonaire · Curaçao · Saba · Sint Eustatius · Sint Maarten Bonaire en Curaçao behoren tot de Benedenwindse eilanden en liggen voor de kust van Zuid-Amerika (Venezuela). De overige drie eilanden behoren tot de Bovenwindse eilanden en liggen ten oosten van Puerto Rico. Het eilandgebied Sint Maarten omvat alleen de zuidelijke helft van het gelijknamige eiland Sint Maarten. De noordelijke helft daarvan behoort tot het Franse overzeese departement Guadeloupe. Curaçao is het grootste en bevolkingsrijkste eiland van de Nederlandse Antillen. Bonaire is het tweede grootste en meest dunbevolkte eiland. Op Sint Maarten valt het hoge aantal buitenlanders (inwoners met een andere dan de Nederlandse nationaliteit) op: 49% van de bevolking komt van elders. Op alle eilanden werken veel arbeiders uit de regio: op de Bovenwindse eilanden zijn ze veelal afkomstig van Haiti, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico, op de Benedenwindse eilanden komen ze vooral uit Venezuela. De eilanden werden in 1634 door de West-Indische Compagnie op de Spanjaarden veroverd. In de loop der tijden zijn de eilanden enige malen in handen geweest van andere Europese mogendheden. Aan deze koloniale status kwam een eind toen op 15 december 1954 het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden na acht jaar onderhandelen ondertekend werd door Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. Op 25 november 1975 werd Suriname een onafhankelijke staat en bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit Nederland en de Nederlandse Antillen. Per 1 januari 1986 verwierf Aruba de status aparte. Dit hield in dat Aruba de status van Land binnen het Koninkrijk verkreeg. Tegelijk is afgesproken dat Aruba op 1 januari 1996 onafhankelijk zou worden. In 1994 is, op verzoek van Aruba, het vooruitzicht op onafhankelijkheid voor Aruba geschrapt. De officiële taal van de Nederlandse Antillen is Nederlands. De volkstaal is op de Benedenwindse eilanden het Papiaments, een creooltaal gebaseerd op Portugees of Spaans, met veel Nederlandse en ook Engelse en Franse invloeden. Op de Bovenwindse eilanden is Engels de volkstaal. De scholen waren altijd Nederlandstalig, maar enkele jaren geleden is besloten op de basisscholen het Papiaments en Engels als onderwijstaal in te voeren. De middelbare scholen blijven Nederlandstalig, omdat men gebruikt maakt van hetzelfde Centraal Schriftelijk Eindexamen als in Nederland en omdat veel scholieren na afronding van de middelbare school hoger onderwijs gaan volgen in Nederland. De Antilliaanse literatuur is voornamelijk geschreven in het Nederlands en Papiaments, voor een klein deel ook in het Engels en Spaans. In oktober 2006 is besloten dat Saba, Sint Eustatius en Bonaire gemeenten worden van het staatsrechtelijke Nederland, wat bijvoorbeeld betekent dat de inwoners van deze tropische eilanden mogen stemmen voor het Nederlandse parlement. Toch hebben deze inwoners niet helemaal dezelfde rechten als de inwoners van Nederland. De bijstandsuitkering zal bijvoorbeeld lager zijn. Nederland Inwonersaantal: 16 339 835 (augustus 2006) Taal De officiële landstaal is het Nederlands. Het Fries is in de provincie Friesland een officiële taal, naast het Nederlands. Ook wordt er Fries gesproken in gebieden van Duitsland en Denemarken. Het Gronings, Drents, Stellingwerfs (ligt in Zuid Oost Friesland), Sallands (ligt in Overijssel), Twents, Veluws en Achterhoeks genieten erkenning als streektaal. Dezelfde erkenning geldt ook voor het Limburgs in de provincie Limburg. Zo'n 17.500 dove en slechthorende Nederlanders gebruiken de Nederlandse Gebarentaal, een taal die nog steeds op erkenning wacht. Religie Nederland, van oudsher een christelijk land, is tegenwoordig een van de meest ontkerkelijkte landen in Europa. Ruim 40% van de bevolking rekent zich niet tot een kerkelijke gezindte. Onder de bijna 60% van de bevolking die zich wel tot een kerkelijke gezindte rekent, is de verscheidenheid groot. De belangrijkste godsdiensten zijn: · de Rooms-Katholieke Kerk (5 miljoen leden) · de Protestantse Kerk in Nederland (2,5 miljoen leden) · de verschillende kleine gereformeerde kerkgenootschappen (samen ongeveer 700.000 leden) · de islamitische gemeenschap (naar schatting ongeveer 900.000 leden) · de hindoeistische gemeenschap (naar schatting ongeveer 100.000 leden) · de boeddhistische gemeenschap (naar schatting ongeveer 80.000 leden) · de joodse gemeenschap (naar schatting ongeveer 40.000 leden). Daarnaast zijn er nog verschillende kleinere godsdiensten, hoofdzakelijk kleine niet-gereformeerde protestantse genootschappen Apostolischen, Baptisten, Doopsgezinden, Jehova's getuigen, Remonstranten, en anderen. Geografie Hoofdstad Nederland: Amsterdam 1. Noord Holland, Haarlem 2. Zuid Holland, Den Haag ('s Gravenhage) 3. Zeeland: Middelburg 4. Noord-Brabant: Den Bosch ('s 's-Hertogenbosch) 5. Limburg: Maastricht 6. Gelderland: Arnhem 7. Utrecht: Utrecht 8. Overijssel: Zwolle 9. Drenthe: Assen 10. Groningen: Groningen 11. Friesland: Leeuwarden 12. Flevoland: Lelystad Flevoland Flevoland is de twaalfde en jongste provincie van Nederland, ontstaan door drooglegging van delen van de voormalige Zuiderzee. Flevoland wordt in het uiterste noorden begrensd door Friesland en in het noordoosten door Overijssel. In het zuidoosten grenst de provincie aan Gelderland, in het zuiden aan provincie Utrecht en Noord-Holland. De provincie kenmerkt zich door veel open ruimte en een strakke indeling. De provincie bestaat uit twee delen, de Noordoostpolder, dat een voortzetting is van het vaste land. En de Flevopolder, het grootste kunstmatige eiland ter wereld. Verbonden met het vaste land met bruggen (o.a. Hollandse Brug en Ketelbrug). De gehele provincie ligt ongeveer 5 meter onder de zeespiegel. De instelling als provincie werd bij wet besloten op 27 juni 1985, en uitgevoerd op 1 januari 1986 met Lelystad als de hoofdstad.